Ingrediënten
Préparation
- Doe het vlees, de ui, het laurierblad en een theelepel zout in het koude water. Breng aan de kook en laat afgedekt 2,5 uur zachtjes trekken, tot het vlees uit elkaar valt.
- Haal het vlees eruit, bewaar het kookvocht en zeef het. Trek het vlees met twee vorken in heel fijne draadjes.
- Smelt de boter, voeg 60 g bloem toe en roer 2 minuten. Giet al roerend beetje bij beetje 400 ml heet kookvocht erbij tot een heel dikke saus. Roer eventueel de uitgeknepen gelatine erdoor.
- Roer het vlees, de nootmuskaat, de peterselie, zout en peper erdoor. Strijk de ragout uit in een schaal, dek af met folie op de ragout en laat minstens 3 uur, liefst een nacht, opstijven in de koelkast.
- Draai met twee lepels of natte handen balletjes van 3 cm. Haal ze door bloem, dan door ei, dan door paneermeel. Herhaal ei en paneermeel voor een dubbele paneerlaag.
- Verhit de frituurolie tot 180 °C. Frituur de bitterballen in kleine porties 3 tot 4 minuten goudbruin. Laat uitlekken op keukenpapier.
- Serveer meteen met mosterd en prikkertjes.
Notities
Voor ongeveer 30 bitterballen. De ragout moet heel stevig en goed koud zijn om te kunnen rollen: maak hem een dag van tevoren. Rauwe gepaneerde bitterballen kun je prima invriezen en bevroren frituren.
